Over het conservatisme

Conservatisme: een denk- en levenswijze die zich baseert op een christelijke en klassieke traditie. Geen ideologie, levensbeschouwing of geloof. Maar ook een begrip dat door de eeuwen heen tot een pejoratief verworden is, een term met negatieve associaties. Het gezegde dat onbekend onbemind maakt geldt ook hier. Oplettende lezers die mijn pennenvruchten met aandacht tot zich nemen, ontdekken ongetwijfeld tussen de regels door mijn sympathieën voor het conservatieve gedachtegoed en dat vraagt om een beknopte uiteenzetting die enkele kenmerkende aspecten van het conservatisme schetst.

Het woord conservatisme is afkomstig van het Latijnse conservare wat zoveel als ‘behouden’ betekent. Dit verklaart wellicht de negatieve associaties. Het impliceert een afkeer van verandering en vooruitgang. Niets is echter minder waar. Conservatief staat niet tegenover progressief, maar tegenover revolutionair. Conservatieven zijn geen tegenstanders van noodzakelijke hervormingen, maar zijn van mening dat veranderingen geleidelijk en stapsgewijs dienen te gaan. De geschiedenis leert dat radicale veranderingen tot onrust en ontsporingen in de samenleving leiden. Menselijke mislukkingen uit het verleden leiden tot scepsis ten aanzien van hervormingsplannen.

Het conservatisme als politieke denkrichting, met als referentiepunt de Franse Revolutie, is ontstaan als antwoord op het liberalisme en socialisme. Verschil is echter dat het conservatisme niet gestoeld is op een politiek systeem, zoals het socialisme en het liberalisme, maar op een mensbeeld. Belangrijk uitgangspunt voor het conservatieve gedachtegoed is de vermeende slechtheid van de mens en zijn natuurlijke neiging naar het kwade. De mens kiest maar al te vaak voor het kwade terwijl hij het goede kent. Het kwade is geen toevalligheid, maar een structureel en onoplosbaar gegeven. De erkenning van het kwaad als fundamenteel feit leidt tot een gezonde scepsis die inziet dat politiek altijd nodig zal zijn, het menselijk tekort niet kan oplossen en niet meer is dan lapwerk.

Dat wil echter niet zeggen dat het kwade niet beheerst en getemperd kan worden. In tegenstelling tot andere politieke theorieën gaat dat echter niet door externe restricties door de overheid of sociale controle met de angst voor straf, maar door innerlijke orde die de mens zichzelf welbewust door karakter- en gewetensvorming eigen maakt. Het gaat om het vormen van karakter en karaktereigenschappen die de vrije samenleving en markt kunnen begrenzen. Die vorming heeft plaats in instituties zoals familie, gezin, kerk, school, vereniging of partij. Hier worden vanzelfsprekendheden, moraal, vaardigheden, kennis, verantwoordelijkheden, taken en tradities overgedragen zodat mondige en kritische burgers worden gevormd waar een democratie niet zonder kan. Daarom dringen conservatieven in het huidige debat vooral aan op de eerbiediging van noties die vooral in een moderne en democratische samenleving bewaard moeten blijven zoals noties over vrijheid en recht en over het belang van traditie, gezin en onderwijs. We hebben de wijsheid van onze (voor)ouders en instellingen die zich door de eeuwen heen gevormd hebben nodig om te weten hoe we mens onszelf en anderen om moeten gaan.

Het conservatisme wordt vaak bestempeld als rechts. Vanuit historisch perspectief is dit enigszins te verklaren. De termen links en rechts in de politiek stammen uit de tijd van voor de Franse Revolutie en verwezen oorspronkelijk naar de positie waarin de verschillende partijen in het parlement zaten (links of rechts van de voorzitter). In het Franse parlement zat de koning rechts tegenover de afgevaardigden. Zijn (conservatieve) geestverwanten kwamen aan de rechterkant van hem terecht. Vanuit politiek oogpunt staat rechts voor individuele vrijheid en beperking van staatsinvloed; zaken waar het conservatisme zich van harte achter schaart. Maar het conservatisme heeft iets apolitieks: ze gelooft niet dat politiek, in de zin van de besluitvorming, het middel bij uitstek is voor verbeteringen. Die ontstaat eerder door het omzetten van ideeën naar invloed in het maatschappelijk debat. Daarom biedt het conservatisme geen politieke blauwdrukken, maar wel ideeën over het functioneren van politieke partijen. Het gaat veelmeer om de inhoudelijke profilering van de partijen.

Conservatisme heeft een historisch karakter. Het hecht waarde aan wat voor ons tot stand is gekomen en is loyaal aan eigen tradities en cultuur. De democratische rechtsstaat en de vrijemarkteconomie die onze samenleving vormen, kunnen niet in zichzelf bestaan, maar hebben een cultureel fundament nodig. Dit fundament en de loyaliteit aan de eigen staat worden ingegeven door besef van eigen taal, cultuur en historie. Zij bieden saamhorigheid en worden bedreigd door nieuwkomers die zich hier niet mee weten verbonden. Daarom moet cultuur door ons worden doorgegeven en is kennis van onze afkomst onontbeerlijk. Tradities die door de tijd heen hun waarde bewezen hebben, moeten gekoesterd worden zonder ze te verheerlijken omdat ze niet volmaakt zijn, maar we niets beters hebben. De Engelse filosoof Roger Scruton (1944) betoogt in zijn werk dat de maatschappij aan het individu vooraf gaat en hem daardoor bindt aan het gegevene. En dat vraagt om respect en bescherming van dat gegevene. Zonder dat raakt de mens ontheemd omdat het hem ontbreekt aan ontzag voor hetgeen groter en hoger is dan hijzelf. De handelingsvrijheid van nu levende burgers dient ingekaderd te zijn door respect voor wat er in het verleden aan structuren is opgebouwd en door het besef verantwoordelijk te zijn voor hetgeen aan een volgende generatie overgedragen wordt.

Bestudering van de nationale geschiedenis leert dat Nederland altijd gedecentraliseerd is geweest en vooral lokaal en regionaal was georganiseerd. Pas in de 19e eeuw kwam hier verandering in en werd getracht de Nederlandse samenleving vanuit één concept te ordenen. Kenmerkend voor het conservatisme is de overtuiging van het belang van een kleine en slagvaardige overheid en een hoge mate van eigen verantwoordelijkheid bij burgers. De vader van het conservatisme, de Ierse filosoof en politicus Edmund Burke (1730-1797) stelt in zijn werken dat de theorie van het maatschappelijk contract tussen burger en overheid – zoals nu in Nederland zichtbaar – niet deugt. De politiek is geen doorgeefluik van de wensen en verlangens van burgers. Dat werkt ondermijnend omdat de staat juist restricties aan zijn impulsen en emoties moet opleggen. De relatie tussen burger en overheid is niet die van klant en leverancier. De overheid is er niet om de wensen en eisen van haar onderdanen op een snelle en adequate wijze in te willigen. Zoals de schrijver en letterkundige C.S. Lewis (1898-1963) schreef ‘is de staat er om onze rechten te bewaken, orde te handhaven, eigendommen te beschermen en de grenzen te bewaken. En niet om burgers goed te doen of goed te maken.’ Conservatieven willen daarom verantwoordelijkheden van de staat stapsgewijs weer terug geven aan instellingen en instituties om zelfredzaamheid te bewerkstelligen en als remedie tegen het uiteenvallen van het sociale leven.

A résumé is het conservatisme een visie op mens, maatschappij en overheid, gebaseerd op een christelijke en klassieke traditie. In de kern komt conservatisme neer op een pleidooi voor een vrije en fatsoenlijke samenleving, met verantwoordelijke burgers, sterke kerninstellingen en een kleine maar weerbare overheid. Geen irrationeel vasthouden aan het gevestigde of de angst voor verandering. Het gaat erom het goede te behouden en verandering verantwoord te reguleren. Kortom, het is geen schande om als conservatief bestempeld te worden. Integendeel, het getuigt van een attitude waarin men zich bewust is van origine en van daaruit het beste zoekt voor huidige en toekomende generaties.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>